Archief voor Leiderschap

We zijn in een aantal blog posts aan het verkennen wat jij als jeugdleider praktisch kunt doen om je predikant (voorganger, dominee, enz.) te dienen. We hebben het gehad over het belang van gebed voor je predikant en over hoe goed het is om het niet publiekelijk oneens te zijn. Vandaag bespreken we een derde aspect: gezeur voorkomen.

Je wilt niet weten wat predikanten aan gezeur over zich heen krijgen. Denk aan gemeenteleden of bezoekers die ergens ontstemd over zijn, maar ook aan andere bedieningsleiders of kerkelijk werkers. De één klaagt dat de preek te moeilijk was, de ander dat het te koud was in de kerk, een derde dat het licht in de rolstoel wc het nog steeds niet doet.

Weet je wat jij kunt doen als jeugdwerker om je predikant te dienen? Nog meer gezeur voorkomen. Ik kan drie hele praktische dingen bedenken die je kunt doen om te voorkomen dat jouw predikant nog meet gezeur op zijn bord krijgt:

1. Ruim alles op

Mijn uitgangspunt was altijd dat ik het schoner en netter wilde achterlaten in het gebouw dan we het hadden aangetroffen. Voor jeugddiensten maakten we bijvoorbeeld gebruik van de ‘grote zaal’ en dus checkte ik vaak na afloop persoonlijk of alles weer op zijn plek stond, we geen troep hadden achtergelaten, enz. Ook de jeugdsoos werd wekelijks door mij nagelopen of het er toonbaar uitzag. Daarmee voorkwam ik dat een koster of iemand die na ons die ruimte wilde gebruiken wat te klagen had.

Je troep opruimen en schoonmaken is een hele praktische manier om je predikant te dienen - het voorkomt gezeur van anderen

Je troep opruimen en schoonmaken is een hele praktische manier om je predikant te dienen – het voorkomt gezeur van anderen

Verder lezen…

We weten het allemaal: een leider zijn betekent dienen. Het betekent de mensen in je team dienen, de tieners en jongeren in je jeugdwerk dienen, de kerk dienen als geheel. Maar een leider zijn betekent ook de mensen dienen die boven je geplaatst zijn, zoals je predikant (*). Je predikant dienen, hoe doe je dat? Daar gaan we een paar posts aan wijden en we beginnen met een wat controversieel punt: dienen terwijl je het niet met je predikant eens bent.

Je predikant is misschien een geweldig geestelijk mens, maar dat wil niet zeggen dat je het altijd met elkaar eens bent. Er zullen tijden en momenten zijn dat je het zelfs sterk oneens bent. Dienen betekent dat je dergelijke meningsverschillen privé houdt als een manier om respect te tonen voor je predikant. Maak er een regel van om het nooit publiekelijk oneens te zijn met je predikant, tenzij de omstandigheden daar echt toe vragen. Als je namelijk je meningsverschillen wel publiek maakt, loop je het risico jezelf te beschadigen, de ander en de groep.

Wat doe jij in geval van onenigheid met je predikant, maak je het publiek of houd je het privé?

Wat doe jij in geval van onenigheid met je predikant, maak je het publiek of niet?

Verder lezen…

Als student zat ik bij een christelijke studentenvereniging en mijn kringleidster daar gaf me advies over mijn relatie met wat toen mijn vriend was (inmiddels mijn man). Ze zei dat ik mijn reputatie scherp moest bewaken en dat ik zelfs de schijn van ‘onbetamelijk gedrag’ tussen ons beiden moest vermijden.

Ik begreep destijds niet waarom dit zo belangrijk was en dat heb ik haar ook gezegd. Wat kon het mij schelen wat andere mensen dachten of achter mijn rug om zeiden, zo lang God de waarheid maar wist? Was wat God dacht niet veel belangrijker dan dit soort roddels?

Toen ik in het jeugdwerk verzeild raakte, begon ik haar woorden in een ander licht te zien. Je reputatie is belangrijk in het jeugdwerk, in elke bediening eigenlijk. Zelfs als de harde feiten je uiteindelijk vrijspreken van verkeerd gedrag, kan het feit dat er reden was om verkeerd gedrag te vermoeden je de kop kosten. Je zal niet de eerste zijn (en helaas ook niet de laatste) die in het jeugdwerk in de problemen raakt vanwege hoe je gedrag is overgekomen, er van de buitenkant uitziet, in plaats door ‘echte’ stomme dingen.

De Bijbel benadrukt het belang van een goede naam, een goede reputatie ook duidelijk:

“Een goede naam is te verkiezen boven grote rijkdom, waardering boven zilver en goud.” (Spreuken 22:1 NBV)

reputatie

Een goede reputatie is belangrijk. Het gaat er niet alleen om wat je daadwerkelijk doet, maar ook om hoe mensen je zien, wat ze van je zien.

Verder lezen…

Bij aankomst op de Innov8 conferentie voor professionele jeugdwerkers vond ik een klein rood spiegeltje op mijn kussen. Een leuk presentje, want het thema van de conferentie is spiegelen. Het zette mij wel aan het denken.

Wat zie je eigenlijk als je in de spiegel kijkt? Normaal gesproken zie je dan de realiteit, tenzij je een lachspiegel hebt, of een andere vervormende spiegel. En ik denk dat dat de reden is waarom spiegelen zo confronterend is voor veel jeugdwerkers, want willen we die realiteit wel zien?

De realiteit over onszelf: we zeggen zo makkelijk ‘goed’ als mensen vragen hoe het met ons gaat, maar hoe gaat het nu echt? Wat voelen we echt en durven we die realiteit wel onder ogen te zien? Zoveel jeugdwerkers en geestelijk werkers worstelen met vermoeidheid, overbelasting, burnout en hardnekkige zonden in hun leven. Durven we dat onder ogen te zien?

De realiteit over de jongeren: zien we echt de jongeren zoals ze zijn, met hun positieve en negatieve kanten, of zien we hen alleen vanuit ons eigen denk kader? Durven we de problemen te erkennen waar zij mee worstelen, zoals de toenemende verslaving aan gamen en internet porno. Of sluiten we liever onze ogen voor deze realiteit, omdat die te confronterend is of omdat we niet weten wat we ermee aan moeten?

Spiegelen confronteert ons met de realiteit over onszelf, ons jeugdwerk, enz. Maar durven we dit aan?

Verder lezen…

Als jeugdwerkers maken we met regelmaat gebruik van de diensten van anderen om dingen voor ons te doen. We hebben flyers nodig, t-shirts, voorraden, gekke dingen voor spellen, noem maar op. We moeten misschien een kampeerboerderij regelen, een zaal, een geluidsinstallatie of een bus. Maar hoe beslis je met wie je in zee gaat? Moet prijs het doorslaggevende argument zijn?

Voordat je zaken met iemand doet, of het nu ‘zakelijke’ zakelijk zijn of geestelijke zaken, zou je jezelf deze drie vragen moeten stellen. Als je de tijd neemt om hier over na te denken, zul je eerder geneigd zijn in zee te gaan met de juiste mensen. Hier zijn ze:

Vind ik hen aardig?

Vertrouw ik hen?

Respecteer ik hen?

(Het kan natuurlijk ook enkelvoud zijn als het over een enkele persoon gaat!)

Verder lezen…

[Kijk ook eens naar de andere posts in de serie over Tijdsmanagement in de kerk]. Bij het stellen van prioriteiten is de 80/20 regel een zeer behulpzame tool. Deze regel, ook bekend als het Pareto-principe, stelt dat er vaak een 80/20 relatie is tussen inzet en resultaat, tussen input en output. In veel gevallen komt 80% van het resultaat van 20% van de inspanningen. Maar andersom geldt dat 80% van de problemen in je jeugdwerk wordt veroorzaakt door 20% van je jongeren/ouders/ leiders/ kerkleden.

Het loont dus de moeite om eens te kijken hoe we de 80/20 regel kunnen toepassen in het jeugdwerk. Dat gaan we doen aan de hand van een lading vragen en ik raad je aan om hier eens voor te gaan zitten om ze te beantwoorden, dat kon nog wel eens hele bruikbare inzichten opleveren.

1. Identificeer je belangrijkste resultaten

Hoe ziet ‘succes’ eruit in jouw jeugdwerk? Met andere woorden: wat is de 80% resultaat waar je naar wilt streven? Je kunt succes in het jeugdwerk beschrijven in meetbare parameters, bijvoorbeeld:

  • Aantal gedoopte jongeren of aantal jongeren dat belijdenis doet
  • Aantal jongeren op een kring
  • Aantallen bezoekers bij events of jeugddiensten

Maar er zijn ook vele indicatoren te bedenken die niet zo makkelijk te meten zijn, zoals geestelijke groei, eenheid, enz. Hoe je je succes in jeugdwerk ook wilt definiëren, zorg wel dat je het op de één of andere manier definieert. Anders weet je nooit hoe je presteert.

Het aantal jongeren dat zich laat dopen is een voorbeeld van een meetbaar resultaat, maar er zijn vele resultaten denkbaar die niet te meten zijn…

Verder lezen…

We zijn in een serie blog posts aan het kijken hoe je vrijwilligers in het jeugdwerk effectief kunt trainen. De vraag die we vandaag gaan bespreken is deze: wat als je vrijwilligers helemaal niet gemotiveerd zijn om training of opleiding te krijgen?

Is het echt gebrek aan motivatie?

De eerste vraag die je jezelf moet stellen is of de kwestie echt draait om gebrek aan motivatie, of dat er andere problemen spelen. Tijdgebrek is bijvoorbeeld een belangrijke reden waarom leiders niet geïnteresseerd zijn in training. Dat wil niet zeggen dat ze niet gemotiveerd zijn, ze hebben geen tijd voor de training. En dat kan je hen ook niet kwalijk nemen als ze proberen om hun vrijwilligerswerk in hun drukke leven in te passen.

De oplossing zit er dan in om manieren van trainen te vinden die wel in hun schema passen:

  • Maak een video of podcast van de training en geef die aan degene die er niet bij konden zijn;
  • Plan een uur training in voor een jeugdwerk activiteit waar ze toch al bij zouden zijn zodat het hen geen extra avond kost;
  • Combineer de training met de gewone vergaderingen;
  • Zet de training online, bijvoorbeeld in YouTube, vraag mensen ernaar te kijken wanneer het hen schikt en bespreek het vervolgens in een Facebook groep;
  • Plan de training op zaterdag en organiseer een goede oppas voor de kids. Ouders kunnen dan hun kinderen meenemen en die hebben een leuke dag waarop ze met andere kinderen kunnen spelen;
  • Stop je hele training in één weekend. Dit werkt soms beter omdat het eenmalig is en mensen maar één keer tijd vrij hoeven te maken. Je moet dan nog steeds gedurende het seizoen follow-up doen, maar dan kan op afstand (bv via Facebook).
  • Gebruik technologie zodat mensen een training kunnen bijwonen zonder van huis te hoeven, bijvoorbeeld via Skype of met een Google+ hangout. Wees creatief!

Als je vrijwilligers ongemotiveerd zijn, vraag je dan eens af wat de reden daarvoor is. Is het wel echt een kwestie van motivatie? Of hebben ze geen tijd?

Verder lezen…

[Dit is het vierde deel in een blog serie over jeugdwerk training geven aan je vrijwilligers]

Vaardigheden aanleren is niet makkelijk. Meer dan bij het aanleren van theoretische kennis, komt het aan op een individuele benadering. Dat heeft met de volgende dingen te maken:

Verschillen in leerstijl

De verschillende leerstijlen spelen hier een belangrijke rol. Ik ben bijvoorbeeld iemand die de theorie wil voor de praktijk. Ik ‘leer’ niet van iemand anders observeren of van zelf oefenen, ik wil eerst het ‘waarom’ weten. Waarom is dit de beste aanpak? Waarom werkt dit?

Sommige mensen willen observeren, anderen willen meteen zelf aan de slag. Je mensen ‘dwingen’ om vaardigheden aan te leren op een manier die niet past bij hun leerstijl, is een recept voor frictie en stress. Geef vrijwilligers de ruimte om op hun eigen manier te leren en laat niet iedereen hetzelfde doen.

De oplossing is om je mensen te vragen naar hun voorkeursleerstijl. Weten ze hoe ze het beste leren? Zo niet, vraag ze dan eens hoe ze te werk zouden gaan als ze een nieuw apparaat hebben gekocht, bv een dvd speler. Lezen ze eerst de handleiding? Zo ja, lezen ze dan liever tekst of kijken ze naar schema’s? Gaan ze het gewoon proberen? Vragen ze iemand anders om uitleg? Zo ja, hebben ze dan liever een uitleg of een demonstratie? Dit geeft een leuk inzicht in hun leerstijl.

Iedereen leert op een andere manier en in een ander tempo. Daarom is een individuele benadering belangrijk bij het aanleren van vaardigheden, bijvoorbeeld een eerste hulp training.

Verder lezen…

We zijn deze week aan het kijken hoe we een goed trainingsplan kunnen maken voor de vrijwilligers in ons jeugdwerk. We hebben de eerste twee stappen besproken, namelijk definiëren wat vrijwilligers moeten kunnen en weten, en vervolgens inschatten welke kennis en vaardigheden al aanwezig zijn. Daarmee is het tijd voor een praktisch deel: hoe pak je de daadwerkelijke training aan?

Logischerwijs heb je nu een lijst van de dingen die je vrijwilligers zouden moeten weten en kunnen, maar die nog ontbreken. In die onderdelen moet je hen dus nu gaan (laten) trainen. Houd goed in je achterhoofd dat een primair doel van trainen is om je leiders toe te rusten en te motiveren om hun taak (nog) beter uit te oefenen. Trainen is niet enkel een kwestie van een boodschap overkrijgen of informatie dumpen. Je wilt dat je training praktisch is, inspirerend en motiverend.

Het doel van een theoretische training is niet informatie dumpen, maar je vrijwilligers toerusten en motiveren…

Verder lezen…

De eerste stap in het maken van een jeugdwerk trainingsplan is bepalen wat je vrijwilligers moeten weten. De volgende stap is lastiger: vaststellen wat ze al weten.

Wat weten je vrijwilligers al?

Om een goede inschatting te kunnen maken van de trainingsbehoeftes is het nu zaak om vast te stellen wat je vrijwilligers al weten van de onderwerpen die jij als noodzakelijk hebt benoemd. Dat kun je natuurlijk niet voor een hele groep zeggen, dus zul je een lijst moeten maken van je vrijwilligers en hun competenties moeten inschatten op elk van de onderwerpen en onderdelen die ze nodig hebben om hun taak goed te kunnen doen.

Dat klinkt makkelijker dan het in de praktijk is. Er zijn hele boeken volgeschreven door human resources professionals over hoe je de kennis en kunde van mensen kunt inschatten. Toch hebben veel managers moeite om exact aan te geven waar het schort aan de opleiding of vaardigheden van hun medewerkers.

Weet jij wat jouw vrijwilligers in het jeugdwerk al weten en kunnen?

Verder lezen…